
Bovenstaande is zo ongeveer de samenvatting van de dag… hoewel… we hebben ook nog wel gewandeld hoor. Vanuit Lugo vertrokken we na onze rustdag. Eerst nog even een heerlijk ontbijtje bij onze inmiddels favoriete shop en daarna aan de wandel. Een paar kilometer de stad uit en al gauw was het weer rustig. Wat opviel was het aantal pelgrims op pad, dat was ineens veel groter. We kenden bijna niemand die we passeerden. Dat was de afgelopen week wel anders. Eén grote familie. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de 100 km grens. Vanaf 100 km lopen krijg je in Santiago een Compostela. En zoals ik eergisteren liet zien staat in Lugo het 100,000 paaltje. Ook hier in de Albergue, waar ik dus heerlijk in die hangmat lig, kennen we niemand.
Het tweede wat opviel was de verandering van het landschap. Geen hoge bergen meer, maar een glooiend landschap waarbij we ook best wat kilometers over het asfalt moesten lopen. Voor het lichaam fijn dat de grote beklimmingen even voorbij zijn, voor het spectaculaire wel jammer.





Nog wat gebeurt onderweg? Vermeldenswaardig is een Spaanse vrouw die ons ineens haar huis in loodste. Ze bleef maar in het Spaans brabbelen dat we mee moesten. Binnen gekomen gaf ze ons een flinke plak huisgemaakte kaas (een soort mozzarella). Best lekker, maar ze bleef maar afsnijden. Toen maakte ze duidelijk dat er wel donativo betaald moest worden. Zulke onverwachte ontmoetingen maken zijn verder wat saaie dag wel weer leuk.
Ha Maarten en Melany, die ervaring van “ nieuwe wandelaars “ delen wij ook. Weinig bekenden tegengekomen. Wij zitten in een albergue zeven kilometer verder. Groeten, Marjo en Erik
Morgen in Melide?
Dat is onze bedoeling!