De Vader en de Zoon…

In januari 2020, nog voordat Covid19 in ons land was, hadden we het idee om met z’n tweetjes naar Santiago te lopen. Van huis uit, in vier maanden moest het te doen zijn. Natuurlijk een belachelijk idee, maar we waren ook weer niet de eersten die dit zouden gaan doen. 

Toen we dit aan mijn ouders / opa&oma vertelden was hun eerste reactie: ‘waar begin je aan…’ en vele vragen over wat er allemaal wel niet kon gebeuren onderweg. Het was natuurlijk ook een belachelijk idee, maar wel een idee wat we heel graag wilde uitwerken en gaan doen. 

En nadat het allemaal wat was ingedaald, zagen we bij (o)pa toch wel het begrip komen. Met de jongerenreizen die hij zelf lang geleden naar Rome heeft gemaakt was hij toch wel bekend met het begrip ‘Bedevaart’ en wat het voor een mens kan betekenen.  En om dit als vader en zoon te doen, dat had toch wel een mooie betekenis.

De Vader en de Zoon… 

De plannen werden concreter en we ontvingen een app: ‘

Beste pelgrims, Hebben vernomen dat jullie in het voorjaar van 2023 het graf van de H.Jacobus willen bezoeken. Een prachtig en indrukwekkend  initiatief. Zoiets brengt vermoedelijk veel kosten met zich mee. Een commissie heeft dan ook besloten u een maandelijkse tegemoetkoming toe te kennen. We wensen jullie een goede voorbereiding. Hartelijke groet. De commissie goede doelen.’ (lees: (o)pa)

Dat is nog eens tastbare hulp bij onze voorbereiding. 

De Vader en de Zoon…

Maar ook bij de ‘geestelijke ondersteuning’ werden we niet alleen gelaten. De oorsprong van het embleem van Heeroom Jaap en de verwijzing naar Jacobus. ‘In Geloof En Vertrouwen’ komt bij (o)pa vandaan en juist die spreuk heeft vaak door mijn hoofd gespeeld tijdens het lopen, zeker op de moeilijke momenten. 

De Vader en de Zoon…

En zo liepen we op 15 april naar Wassenaar. Nog een heerlijke lunch bij  (o)pa en (o)ma en daarna afscheid voor vier maanden. Best moeilijk voor ons, maar nog meer voor hen. Tot de hoek van de straat liep (o)pa mee, hij bleef maar zwaaien tot we echt uit het zicht verdwenen waren. En zo begon niet alleen onze Camino, maar ook die van (o)pa. 

De Vader en de Zoon…

Bij ons ging het best goed, eerste pijntjes overwonnen en we kwamen in ons ritme. Nederland, België… We lieten het allemaal achter ons. En af en toe een belletje naar het thuisfront gaf de burger in Wassenaar ook zeker wat moed. Tot er 9 juni en appje kwam… (O)pa gevallen, heup gebroken, ziekenhuis. Wij op afstand maar gelukkig thuis veel ondersteuning. Maar zo’n operatie op die leeftijd…? In Geloof En Vertrouwen, was wat in die weken veel door mijn hoofd ging. En dat was niet alleen bij ons nodig, maar zeker ook in het ziekenhuis. Vanaf toen kwam het gevoel nog meer naar voren dat al lang in mijn hoofd zat… We lopen onze Camino helemaal niet met z’n tweeën… (o)pa loopt al vanaf het begin met ons mee. 

De Vader en de Zoon…

En hoe wij ons door Frankrijk, langs de Pyreneeën en de Spaanse noord kust zwoegden, zo zwoegde (o)pa in het revalidatiecentrum. Stapje voor stapje kwam ook hij vooruit. Waar wij de bergen beklommen, liep hij zijn eerste stapjes aan de rekstok. Daarna met de rollator en zo iedere keer wat verder. We liepen met elkaar op en zijn enige doel was ’thuis zijn als wij thuis zouden komen’. 

De Vader en de Zoon…

En zo werd steeds duidelijker dat we deze Camino met z’n drietjes liepen. Maar ja, hoe kan daar de juiste beloning tegenover staan. Ook hier komt Jacobus met een antwoord. Want waar de pelgrims een Compostela krijgen, een geloofsbrief van de kerk van Santiago, kan daar nog een kleine toevoeging op worden gemaakt. Er kan een ‘Vicarie pro‘ worden toegevoegd… Dit houdt in dat het mogelijk is als pelgrim voor een ander naar Santiago te lopen. Volgens de Katholieke Kerk komen de verkregen spirituele voordelen die ander ten goede. Dat was de oplossing…

Vicarie Pro: Martinus Wilhelmus van Vliet Sr. staat er op mijn Compostela…

De Vader en de Zoon!

In de wolken…

We hebben het einde van de wereld gehaald…

Vanochtend om zeven uur liepen we in het donker en met harde wind voor de laatste keer uit een albergue weg. Er was voor vandaag slecht weer voorspeld. Veel regen en een harde wind. Nou, die wind hebben we geweten. Dat ging erg hard vandaag. Maar toen we wegliepen was het droog. Hoewel, vochtig was het wel want we liepen letterlijk in de wolken. Maar regenen, laat staan hard regenen, deed het dus niet. Gelukkig.

Na een kilometer of dertien kwamen we in een dorpje en hebben we wat gegeten en koffie gedronken. Het dorpje lag aan zee en we zaten dus even onder de wolken.

En daarna ging het snel. De kilometers vlogen onder onze voeten weg en voordat we het wisten liepen we Finesterra binnen. Niet te missen aan alle toeristen die er in dit kleine dorpje zijn. En dan is het nog drie kilometer om bij het echte ‘einde van de wereld’ te komen. Die puntige rots die de zee in steekt. Maar ook daar, wat een toeristen. En de grote vraag voor ons is: ‘Wat is de waarde van een foto met km-paal 0,000 voor een toerist?’ Maar goed, ze waren er en de pelgrims herkenden elkaar gelukkig toch wel.

En zo eindigt voor ons deze immense tocht van 2801 kilometer van Sassenheim naar Finesterra. De echte Camino begint pas bij het einde, stond hier in het dorp op een muur. En zo is het. Wij gaan afkicken van vier maanden lopen en heel veel belevenissen en kijken hoe we straks weer kunnen aarden in het dagelijkse leven. We willen jullie allemaal ontzettend bedanken voor het meeleven en meelezen. En vooral voor alle leuke en lieve reacties al deze maanden. Op de blog, maar ook veel naar ons persoonlijk. Deze berichten hebben ons veel plezier gegeven en op de moeilijke momenten er doorheen gesleept.

Wij herenigen ons morgen met ons gezin en hebben nog anderhalve week vakantie om weer wat aan elkaar te wennen. Daarmee is dit de op één na laatste blog. Er zal nog één bijzonder bericht worden geplaatst, maar dat zal pas gebeuren als we weer thuis zijn…

Nog één dag te gaan…

Het is de avond van 17 augustus 2023… Morgen is de laatste dag van de Camino, onze Camino. Vier maanden en drie dagen hebben we gelopen, 2800 kilometer. Van Sassenheim naar Santiago en als extra nog maar Finesterra.

Op 15 april werden we uitgezwaaid door Monique en Melanie en na een lunch in Wassenaar vertrokken we echt.

We hebben koude nachten in ons tentje gehad en halverwege België zijn we in Jacobs-huizen gaan slapen. Jeugdherbergen, Vrienden-op-de-Fiets en vrienden van St Jacobus. Dat ging beter, en lekker en goed eten.

Via Nederland en België kwamen we na bijna drie weken aan in Frankrijk, Rocroi. We waren inmiddels gewend geraakt aan het ritme van het dagelijkse lopen. De blaren van de eerste week waren genezen, rug en benen deden steeds minder pijn. Ons plan pasten we op sommige punten wat aan. Als ons lichaam om een rustdag of kortere afstand vroeg dan deden we dat. Maar ging het lekker, dan liepen we door. Reims, Troyes en uiteindelijk Vezelay, al honderden jaren een startplaats voor pelgrims…

De kou hadden we inmiddels achter ons gelaten en was ingeruild voor warme, soms hete dagen. Af en toe ontmoette we wat pelgrims… Uit Nederland of Frankrijk. Soms voor één dag, maar vaak voor enkele dagen. Dan leerde je elkaar wat beter kennen en ontstond er een band met elkaar. Maar na een paar dagen liet je elkaar weer los. Liep de één wat harder of nam de ander en rustdag. Ieder loopt zijn eigen Camino.

De akkers gingen over in wijnvelden. Het vlakke land ging over in heuvels en uiteindelijk richting Centraal Massief. Van het vlakke land, naar wat heuvels naar het echte klimwerk. Door het vele lopen was onze conditie inmiddels ijzersterk. Lichamelijk konden we de wereld aan. Mentaal was het zo halverwege even lastig. Ver van huis kun je er niet altijd voor thuis zijn als er wat gebeurd met je naasten. Gelukkig wordt ook dat door iedereen opgevangen.

Zo lopen er door midden Frankrijk, slapen in een paar prachtige en inspirerende refuges bij Petra, Huberta en Arno en bij Ruud. En zo komen langzaam de Pyreneeën in het zicht. Lonkt St Jean Pied de Port en voelen we Spanje.

Inmiddels waren we bijna drie maanden onderweg en heb je als vader en zoon soms goede gesprekken en kunne konden we ook kilometers heerlijk in stilte naast elkaar of op grotere afstand lopen. Kilometer na kilometer. Was er iets, stoorden we ons ergens aan? Dan spraken we dat uit. Vaak kwam de vraag van anderen… ‘Hoe is het nou om zolang met je vader op pad te zijn?’. Nooit kwam de vraag hoe het is om met je zoon zolang op pad te zijn…

Op 10 juli passeerden we de Spaanse grens en zaten er officieel op de Camino del Norte. Waar we gewend waren aan ‘soms een pelgrim’, kwamen we er nu velen per dag tegen. Een andere dynamiek waar we best aan moesten wennen. Niet meer met z’n tweetjes bij de overnachting, maar soms met wel veertig of vijftig. En zo trek je op met een groep, wordt dat je Camino-familie. Soms voor een dag, soms voor langere tijd.

De Spaanse noordkust is betoverend mooi. Prachtige baaien, blauwe zee en ruige kustlijn. Keer op keer werden we verrast…

Maar het was niet alleen maar ‘prachtig’. Soms was het kilometers asfalt lopen, raasden de auto’s vlak langs je. Of liep je kilometers lang in de stank van koeienstront. Ook dat hoort bij de Camino.

En zo komt langzaam Santiago in zicht. Begin je na te denken over aankomst en de tijd daarna. De laatste week was prachtig. Nog één keer door de bergen, nog een paar mooie albergues waarin we oude vrienden ontmoeten en nieuwe vrienden maken, nog steeds.

En dan, exact vier maanden na vertrek, om 9.45 uur, lopen we het plein bij de kathedraal op. Te vroeg voor de doedelzak, maar wel al gezellig druk. Komt er toch wel wat boven, gaan er heel wat gedachten door je heen. We hebben het toch maar geflikt met z’n tweetjes.

De laatste stap is in drie dagen naar Finesterra, het einde van de wereld, kilometerpaal 0. Nog één keer opladen voor drie lange dagen… Morgen is de laatste dag, komen we aan bij ons eindpunt, gaat de schelp van onze rugzak en zijn we pelgrim af. En waar onze rugzak materieel bijna de helft leger is geraakt, zit hij inmiddels tot de rand gevuld met ervaringen. Ervaringen die niemand ons meer af gaat nemen en waar we dankbaar voor mogen zijn dat we dit avontuur hebben mogen beleven…

Samen…

In Geloof en Vertrouwen.

Opladen…

Na een mooie, wat zeg ik, en prachtige dag in Santiago was het vanochtend weer vroeg dag. Niet in het minst omdat twee kamergenoten, inmiddels pelgrim-af, hun aankomst tot in de vroege ochtend hadden gevierd. Wij stonden om half zeven op voor onze eerste etappe richting Finesterra. Nog 89 kilometer tot dit uiterst westelijke puntje van Spanje met de legendarische kilometerpaal 0,000 km.

Ontbijt deden we in de ochtendschemering op het plein van de kathedraal. De eerste pelgrims van de nieuwe dag stonden hun foto’s al te maken. En het moet gezegd, de kathedraal lag er prachtig bij.

Daarna vertrokken we de stad uit en kwamen we al gauw de bekende paaltjes tegen die ons de richting wezen. Boven op de eerste heuvel keken we nog één keer achterom…

Daarna was het weer zoals we gewend waren, rugzak achterop en lopen. En toch was het anders, toch dat gevoel dat je het eigenlijke doel, Santiago, al bereikt hebt. En toch kriebelde het ook wel om nog drie dagen te lopen. Wat zouden we anders al die tijd in de stad moeten doen?

Een het moet gezegd, dit is zeker ook nog een mooi stuk van Galicië. Heuvels, leuke dorpjes en alleen de echt gemotiveerde pelgrims nog op pad. Wat ook hier nog opviel waren de schuurtjes die je hier overal ziet. Hoog op poten, wat open aan de zijkant en kruisje op het dak. Zelfs in de souvenirswinkels wordt het verkocht. Maar een fiets kun je eet niet fatsoenlijk in kwijt. Als iemand weet wat deze schuurtjes voor zijn, ik hoor het graag.

Santiago…

Wat een dag is het vandaag geweest… Aankomen in Santiago is zo’n overweldigend mooie ervaring. We liepen vanochtend om kwart over zeven in de schemering weg en zagen al veel schimmen van pelgrims. Maar toch, nog lang niet de drukte die we hadden verwacht. Ook in Santiago op weg naar de kathedraal viel het mee.

Op het plein aangekomen waren er wat kleine emoties. Je hebt hier jaren naartoe geleefd en vier maanden naartoe gelopen. Na wat foto-momentjes en wat belletjes zijn we naar ‘De huiskamer van de lage landen’ geweest. Een mooie plek voor Nederlanders en Belgen om onder het genot van koffie met een koekje hun verhaal te delen met een Nederlandse vrijwilliger.

Na de Huiskamer hebben we onze Compostela gehaaid. Hèt bewijs, uitgegeven door de kerk van Santiago, dat je de Camino hebt gelopen. Ook een afstandscertificaat hebben we erbij genomen. De afstand van Sassenheim tot Santiago… 2710 kilometer.

En dan het mooiste van deze dag… Ontmoeting van pelgrims die je dagen, weken of soms maanden niet hebt gezien en dan juist hier ontmoet. Zo mooi, de emotie, de ontlading…

En in de middag…? Hebben we alleen maar op het plein gezeten en aankomende pelgrims en toeristen, heel veel toeristen bekeken. Waarschijnlijk door een katholieke feestdag was het extra druk met toeristen.

En dat we vandaag niet de enige pelgrims waren die aankwamen bleek wel uit de teller: 2021 vandaag!

Bij deze willen we iedereen ook bedanken voor alle leuke en lieve berichtjes en felicitaties. 🙏🙏🙏

En morgen? Dan gaat om half zeven de wekker weer. We lopen nog drie dagen door tot Finesterra, het einde van de wereld. Dan kunnen we ècht niet meer verder en zit onze pelgrimsreis er echt op. Jullie zijn dus nog niet van ons af 😃

Nieuw is niet altijd beter…

Ons overnachtingsdorp lag op een splitsing van twee potentiële routes: de oude Camino-route en de nieuwe.

Voordeel van de oude route… meer voorzieningen zoals barretjes en hij volgt wat meer ‘de oude wegen’. Nadeel: hij is bijna acht kilometer langer. En in ons geval is dat een verschil van 32 of 40 kilometer. En om het ‘nieuwe’ ook een kans te geven hebben we daar voor gekozen. Je hebt tenslotte niet om de 3 kilometer en koffiebar nodig. Na 10-13 kilometer is prima.

Zo rond half acht gingen we weg en het was vrij mistig. Dat hadden we nog niet eerder meegemaakt. Het maakte de wereld wat spookachtig met de opkomende zon. Maar het maakte het wandelen allemaal wat eenzaam, want waar je soms nog wel een pelgrim in de verte zag, was dat nu helemaal onmogelijk. En de zichtbaarheid van onszelf was waar minder op de voornamelijk doorgaande weg waar we liepen. Niet echt leuk voor de eerste tien kilometer.

Na zo’n tien kilometer ging de weg wat meer over in een pad en was het gevaar van auto’s wat verminderd. Dat van de mindere voorzieningen klopte volledig, maar na ongeveer dertien kilometer passeerden we een klein hotel met bar. Dus lekker bakkie plus brood. Lokale ondernemers op de nieuwe route ook weer ondersteund. Daarna volgde een rustig stuk, waarbij het pad niet altijd geweldig was. Grote, losliggende stenen en later langs een vrij drukke autoweg. Het is allemaal niet waar je een pelgrim heel gelukkig mee maakt.

Waar maak je die pelgrim dan wel blij mee? Nou, dat hij na bijna dertig kilometer op de drukste ‘Camino’ in Spanje komt, de Frances, en dat dat stukje wel mooi is een helemaal niet zo druk.

Aansluiting Camino del Norte op de Frances

Het hostel dat we hadden geboekt bleek niet helemaal correct in de app te staan en daar moesten we dus nog een klein stukje extra voor lopen. Maar na 32 kilometer maakte dat niet zo heel veel meer uit. Al met al is de nieuwe route wel korter, maar voor pelgrims nog niet echt een verbetering.

Morgen de Grote Dag!

Aftellen…

Gisteren de laatste zaterdag, vandaag de laatste zondag. Het aftellen naar Santiago en Finestera is begonnen. Nog een paar dagen te gaan en dan zit onze reis erop. Aan de ene kant met weemoed en aan de andere kant ook goed dat het voorbij is, alles goed is gegaan. Maar eerst nog een paar mooie wandeldagen.

En die begon vandaag best mooi. Het zonnetje scheen al wat, het begint hier om een uur of zeven in de ochtend wat te schemeren, en de dauw zat nog op de planten en op de webben.

Het was zo in de ochtend dus optimaal genieten van de omgeving en de natuur. We zaten al op redelijke hoogte, maar kort na de start bereikten we het hoogste punt van onze Camino: 703 meter. En daarna was het vooral afdalen vandaag. Best lekker na al die klim-kilometers die we hebben gemaakt. Na een kleine koffie-stop liepen we naar een dorpje waar die dag blijkbaar een groot feest zou zijn. Er was ook een prachtig kerk, helaas konden we er niet in.

Na nog wat eten te hebben gekocht was het lekker doorwandelen naast onze albergue. Mooie paden brachten ons in Gándara.

Met sommige pelgrims hebben we via Social media nog contact. Whatsapp, Polarsteps, Instagram. Mooi om elkaar te volgen en te zien hoe iedereen in zijn eigen tempo Santiago haalt en het op zijn eigen manier viert. Paul… Congratulation, Willem… Gefeliciteerd, Federico… Congratulazioni

Een prachtige dag…

Soms heb je van die dagen dat alles, nou ja bijna alles, op z’n plekje valt. Het weer is prachtig, de omgeving en het parcours zijn prachtig en de mensen die je onderweg ontmoet zijn prachtig. En dat het ‘ontbijt’ dan niet heel erg denderend was, ben je bij het schrijven van de blog alweer bijna vergeten.

Maar daar begon de dag dus mee, met een ontbijt bij het wegrestaurant. Dat bleek dus te bestaan uit koffie (goed) met wat voorverpakte cakejes en koekjes. ‘Ontbijt’ noemen ze dat hier. Nou ja, dat hebben we bij de eerste lunch maar goed gemaakt. Gezellig plekje en lekker wat fruit en eigen brood.

De natuur is de laatste dagen erg mooi. Waar we aan de kust vaak wat drukke badplaatsen en steden tegenkwamen, is het sinds we de bergen in zijn getrokken één en al rust. En ook veel mooie paden door de bossen.

Zoals we gisteren al schreven zitten we inmiddels in de laatste honderd kilometer. Om in Santiago je Compostela (getuigschrift) te krijgen moet je een goed gevulde stempelkaart (credential) kunnen laten zien. Maar belangrijk daarbij is dat je in de laatste 100 kilometer minimaal 2 stempels per dag krijgt. Nu krijg je er bij de albergue altijd wel één. Maar nu moeten we dus ook overdag nog ergens een stempel halen. Dat kan bij een kerk, café of andere plek zijn. Maar vandaag kwamen we bij een particulier langs die er toch wel iets moois van maakte. Naast de normale stempel kregen we ook een was-stempel. Beetje was met een vlammenwerper smelten en daar een stempel in. Leuk en origineel.

De herberg in Roxica is klein en rustig. Eten wordt voor ons verzorgd, dus we kunnen heerlijk genieten van een paar uurtjes vrij.

Alleen nog maar lopen…

Je zou zeggen: ‘Dat zijn jullie toch al bijna vier maanden aan het doen? Alleen maar lopen…’ Maar toch voelt het nu echt of dat het enige is dat we nog maar hoeven te doen.

Want zie het paaltje dat we zojuist zijn gepasseerd… (Goed kijken naar het donkere vlakje)

Nog minder dan honderd kilometer tot Santiago. En waar we de afgelopen week/weken al voorzichtig uitrekende wanneer we aan zouden komen in Santiago, hebben we nu alle accommodaties geboekt. Dus we hoeven ons niet meer druk te maken om slaapplekken. En het eten lukt ook wel. Dus wat blijft er dan nog over voor een pelgrim? Juist… Lopen. O ja, en soms een wasje doen om niet teveel te gaan ruiken.

En zo hebben we vandaag ook weer lekker gelopen. Galicië zorgt goed voor haar pelgrims. Mooie paden, goeie wegwijzering en voldoende onderkomens.

En ja, zo is er soms een klein stukje dat niet zo leuk is. Ook dat hoort erbij en daarmee waardeer je de bergen en bossen weer wat meer.

Stilte voor de storm…

Geen lange etappe vandaag en ook geen uitdagend parcours. Wèl een erg mooi parcours. Het voelt een beetje als de stilte voor de storm die we ongetwijfeld gaan krijgen als we Santiago echt naderen.

Voorlopig hebben we nog heerlijk genoten van de prachtige omgeving. Het aantal pelgrims begint langzaam iets meer te worden, maar het is nog lang geen polonaise. En ook nu geen lange afstanden over autowegen, maar heerlijk beschut lopen over bospaden met hoge bomen.

Zo rond onze eerste lunch kwamen we bij een prachtig plekje, en middeleeuws bruggetje met wat picknick banken erbij. Ideaal en idyllisch…

Nadat we gegeten hadden gingen we weer lopen en passeerden we Jesus, een Spaanse verkoper van eigengemaakte houten sieraden. Erg mooi en door het handwerk uniek. Zo hebben we vlak voor Santiago toch een klein souveniertje voor onszelf gekocht. Maar nog mooier was het gesprek met Jesus, over de symbolen en wat ze betekenen. In z’n algemeenheid maar zeker ook wat ze voor ons, op deze reis, betekenen. Dit soort gesprekken zorgt direct weer voor gespreksstof tijdens het wandelen…

En als je het dan over symbolen hebt… De Spaanse ANWB heeft ons ook verblijdt met een mooi symbool… Voor het eerst op de borden: SANTIAGO!

De laatste èchte klimdag…

Het is warm in noord Spanje, vanmiddag zo’n 32 graden. Dus vanochtend zijn we vroeg opgestaan om voor die warmte de meeste kilometers gelopen te hebben. Om zeven uur liepen we de nog donkere ochtend in. En dat heeft ook wel wat hoor, in het schenkerdonker lopen. Langzaam werd het lichter en konden we genieten van de opkomende zon en wolken tegen de bergen aan.

En niet alleen de warmte zou de etappe vandaag zwaar maken, ook de hoogtemeters. We zouden vandaag één van de laatste etappes met veel klimmen voor onze kiezen krijgen. En gisteren hadden we ook geen licht parcours… We voelden de spieren vanochtend dan ook wel, het ging allemaal niet vanzelf.

Gelukkig was het parcours wel erg mooi. Prima paden om te lopen, deels beschut door de bomen. We hebben eigenlijk geen autoweg gezien.

Na onze eerste lunchpauze, al vroeg natuurlijk, moesten we de keuze maken: langzaam en lang klimmen of steil en korter klimmen. Wij kozen voor het laatste… En steil en lang was het zeker af en toe. Al met al tot ruim boven de zeshonderd meter geklommen. Daarna volgde een zeer geleidelijke afdaling van zo’n honderd meter. De komende dagen blijven we nog wat op hoogte lopen.

Om half twee kwamen we aan in onze albergue. Een zeer mooi en nieuw verblijf. Aangenaam om daar de middag te mogen verblijven.

Even uitgeteld…

Achtentwintig kilometer, achthonderd hoogtemeters, een strakblauwe lucht en boven de dertig graden. Ingrediënten om bij aankomst in de albergue snel te douchen en heerlijk met de beentjes omhoog te liggen. We waren allebei behoorlijk kapot.

Vanochtend vertrokken we iets later dan gepland dus het zonnetje scheen al. Nadat we Ribadeo hadden verlaten begon het klimmen al vrij snel. Nog een laatste blik op de zee… En door!

Daarna was het eigenlijk continu klimmen en dalen… En klimmen en weer dalen. Voordeel is wel dat je prachtige uitzichten hebt over de omgeving.

Zoals we gisteren al schreven zijn we gisteren de regio Galicië in gekomen. En dat merk je direct aan de bewegwijzering. Op iedere potentiële kruising staat een betonnen paal met logo, pijl en de afstand tot Santiago tot op de meter nauwkeurig. Vooral de herkenbaarheid en de richting zijn fijn. Je hoeft niet meer te zoeken naar pijlen of andere richtingaangevers.

En zo komt Santiago stap voor stap dichterbij… Nog 160,375 km te gaan volgens het paaltje voor de deur.

Kun je je live locatie aanzetten?

Met dit Whatsapp-bericht werd ik vanochtend wakker. In de buurt en even langs willen komen. Dat is nog eens leuk… Maar eerst moest er natuurlijk gelopen worden.

De zon scheen al vroeg uitbundig en we konden in de tuin bij de albergue ontbijten. Daarna verlieten we deze heerlijke plek met spijt. Hoe dit per dag toch zo kan wisselen. We verlieten het kleine dorpje en kwamen in afwisselend bos- en landbouwgebied. Je kunt wel raden wat onze voorkeur had. Helaas had de landbouw de overhand en liepen we veel over asfalt. We hoopten de zeer toch nog wat vaker te zien deze laatste dag. Onze eerste lunch maakte wel wat goed. Uitzicht op een mooie baai waar de eerste surflessen werden gegeven aan de plaatselijke jeugd.

De wind begon in de loop van de dag behoorlijk aan te trekken. Dat zorgde voor wat verkoeling èn we hadden hem grotendeels in de rug, dus dat liep wel lekker. Het tweede gedeelte was wat meer langs de kust en gaf ons de gelegenheid om ‘afscheid’ te nemen. Vanaf de grens met Frankrijk was ze nooit ver weg en konden we moeilijk verdwalen. Zolang de zee rechts was liepen we goed.

En zo kwamen we rond half drie aan in Ribadeo, en belangrijk om te vermelden: daarmee hebben we de regio Asturië verlaten en zijn we Galicië in gelopen. De regio waar ook Santiago in ligt.

Maar van wie kwam dan dat appje vanochtend vroeg? Op vakantie in noord Spanje en toevallig vandaag passeerde ze Ribadeo. Kijk zelf maar:

Zo leuk en zo bijzonder om vrienden van het Sassemse badminton-cluppie te ontmoeten in Spanje. Julia en Brandon, superleuk dat we jullie hebben gezien 🙏

Morgen verlaten we de zee en gaan we de bergen weer in. Ook daar kijken we wel weer naar uit. De dijen zijn uitgerust en klaar voor het betere klimwerk. 💪

Niet bijzonder, wel lekker…

Na onze bijzondere albergue vannacht was het weer vroeg dag voor de zondag. Eigenlijk zijn alle dagen van de week hetzelfde voor een pelgrim. Het ritme is altijd: opstaan, eten, lopen, eten, wassen, eten, slapen… En herhaal. De enige reden om je bewust te zijn van de dagen van de week is dat op zondag alle supermarkten gesloten zijn. Dus op zaterdag altijd wat extra voorraad brood en fruit inslaan.

Dus na het ontbijt vertrokken we weer voor onze dagelijks wandelingetje. En eerlijk gezegd is er niet heel veel opwindends onderweg gebeurd. Het weer was bewolkt, later wat zon. Het landschap was licht glooiend met hier en daar een dorpje. En het landschap was niet heel spectaculair… Of we wennen er aan, dat kan ook.

In het stadje Navia zaten we heerlijk in een straatje onder de bomen wat te eten toen de hele straat werd afgezet. In de verte hoorden we muziek onze kant opkomen en al gauw kwam de Spaanse versie van de Nederlandse fanfare voorbij. Daarachter liepen mensen van verschillende groepen of teams.

Toen de grote groep even moest wachten stond er precies een groepje in oranje shirts met en vlag ‘Holanda’ voor ons. En ja hoor, je komt ze echt overal tegen. Het bleek te gaan om een zwemwedstrijd open water waar de Nederlanders aan mee deden. Leuk om even met ze te kletsen.

Dus vandaag was niet bijzonder, maar wel lekker gelopen. Morgen is de laatste dag langs de kust, hopelijk geeft die nog wat spectaculaire vergezichten. Na morgen gaan we het bergachtige binnenland in op weg naar…

Hoeveel…? Niet veel…!

De Camino is een wereldje op zich. Een wereldje met haar eigen deelnemers zoals pelgrims en hospitalero’s en eigen gebruiken, rituelen en uitspraken die iedereen direct begrijpt maar voor de buitenwereld wellicht wat vreemd overkomen.

Zo is het op de Camino heel gebruikelijk om tijdens de lunch op een bankje naast iemand anders te gaan zitten en een praatje te beginnen. Ook als er nog meer dan voldoende andere lege bankjes zijn. Gewoon, omdat een praatje met een andere pelgrim gezellig is.

Ook is het tevreden zijn met het minimale een fijne eigenschap op de Camino. Wat je nodig hebt zit in je rugzak en wat je niet nodig hebt gooi je weg of stuur je naar huis. Waarschijnlijk om het daar weg te gooien. Want ja, waarom zou je iets mee sjouwen dat je niet gebruikt? Twee shirts, twee broeken en vooruit, drie onderbroeken is meer dan genoeg voor maanden. Dat minimalistische geldt trouwens ook voor de overnachtingen. Een (stapel)bed, toilet en douche zijn meer dan voldoende. Meer heb je niet nodig. En dat je dat dan deelt met tien of twintig andere pelgrims… Ach, je bent toch één grote familie.

Ook zijn er van die uitspraken die op de Camino heel normaal zijn, maar die in het dagelijkse leven toch heel anders kunnen worden uitgelegd. Zo zaten we laatst met wat andere pelgrims wat te eten bij een barretje toen één van de pelgrims wijzend naar een andere (vrouwelijke) pelgrim zei: “Zij sliep vannacht bij mij op de kamer…” Normaal zou je je drie keer hebben verslikt als iemand dat aan de kantine-tafel zou zeggen. Maar hier keek iedereen rustig om en reageerde met een: “O, die lag gisteren bij mij…” Op de Camino is er geen onderscheid. Niet op sanitair en ook niet op de slaapzaal. Iedereen is hier gelijk een slaapt bij elkaar op de kamer…

En zo hebben we vandaag dus een mooie, rustige en zonnige etappe gehad door Asturië. Wel mooi, maar niet heel spectaculair, de zee was nooit ver weg en de bergen ook niet.

Zo volg je de weg naar Santiago

In de middag kwamen we aan bij de gereserveerde albergue. De ontvangst was al wat vreemd, het leek of we niet echt werden verwacht. Er waren ook geen andere pelgrims en er stond ook niets aangegeven dat dit onze albergue was. Onze gastheer wist wel dat hij iemand uit Nederland verwachte en liet ons kamers zien waar we konden slapen. En passant ook nog een grote ruimte met veel stapelbedden en prachtige douches. Maar dat alles niet in gebruik. Waarom? Geen idee. Er was wel ruimte voor dèrtig pelgrims. En ja, ondanks deze bijzondere ontvangst kregen we lekker te eten, met een drankje, konden we wel gebruik maken van die lekkere douches en liggen de bedden heerlijk.

Als pelgrim heb je niet meer nodig…

Over the Hills

Om half zes gingen de eerste wekkers in de grote slaapzaal. Sommige pelgrims willen blijkbaar elke dag de zon zien opkomen. Nou, dat kan morgen ook wel hoor. Zeven uur was voor ons vroeg genoeg. We hadden een etappe van 19 kilometer gepland met toch nog een keuze momentje. Want wat ging het worden: kust-route of berg-route?

En daar waar iedereen om ons heen voor de lichter geachte kust-route koos, gingen wij met een conditie van bijna vier maanden lopen natuurlijk de bergen in. Hoe lekker is het om in een rustig tempo zo’n berg tot meer dan 600 meter te bedwingen. Heerlijk! En vooral ook: hoe mooi is het uitzicht tijdens de lunch als je op de top bent…

Maar ja, waar geklommen is moet ook weer worden afgedaald. Dat is op die lastige paadjes vol met keien altijd best lastig. Belastend voor enkels, knieën en heupen. Maar ook dat hebben we gered. Om twee uur waren we al klaar en konden we douchen, wasje doen, boodschappen en met de beentjes omhoog. Na een paar dagen van dertig kilometer was dit een welkome afwisseling.

Een huis met een gezicht 😲

Wisselend…

Ook in de albergue San Martin was het rustig wakker worden. De groep van 10 pelgrims was verdeeld over twee kamers, dus dat geeft rust. Een goed ontbijt en dito gesprek met Maria, de hospitalero, zo begon de dag dus goed. Ook onze wandeling begon lekker. Het lijkt wel hoe beter de albergue, hoe beter de gesprekken. En na een stevige eerste beklimming werden we enthousiast onthaald…

Het weer was nogal wisselend, de regenhoes zat vanaf de eerste minuut uit voorzorg al om de rugzak, maar ook de regenjas is vaak aan en uit gegaan. Dan regende het weer en dan was het een half uur later weer droog. Positief bekeken regende het niet continue en eerlijk gezegd: meer niet dan wel.

De omgeving was vandaag gelukkig wel erg mooi. Veel in de bossen en ineens een verrassend uitzicht op de zee. Maar niet alleen de uitzichten waren mooi. Wat opviel was dat de bewoners hier zelf een Camino-beleving aan de pelgrims geven. Zo heeft de één z’n tuinomheining versierd en zet de ander en appeltje voor de pelgrims neer. Zeer attent en zeer op het juiste moment. (een pelgrim heeft altijd honger)

En zo kwamen we rond vijf uur bij de gemeentelijke albergue aan. Een groot verblijf voor 50-60 pelgrims, niet bemenst door hospitalero’s. Massaal, maar niet ongeorganiseerd. Een beetje druk, maar fijn dat we een slaapplaats hebben. Over een verschil met gisteravond gesproken. Ook hier weer een paar bekende gezichten, maar vooral veel onbekenden. Met één verrassend gezicht: een Duitse pelgrim die we in midden Frankrijk hebben gezien. En die duikt hier ineens weer op… De Camino zit vol verrassingen.

Ook dit is de Camino

Een stad in lopen heeft soms nog wel wat, maar een stad uit lopen is vaak niet leuk. En dat was ook nu zo. We liepen Gijon uit en de stad moest duidelijk nog ontwaken. Dus het centrum viel nog mee, maar de buitenwijken en de industriegebieden buiten de stad… Oordeel zelf maar…

Daarna werd het tijdelijk wat beter, hadden we wat bossen en ander groen om ons heen. De eerste lunch was bij een kerkje. We hadden ons goed en wel geïnstalleerd of de eerste druppeltjes vielen. Dat werd verkassen naar het afdakje. En waar we hoopten dat het een kort buitje was, bleef het toch langere tijd regenen… En waaien, behoorlijk hard waaien. Rond de tweede lunch, we lunchen op de Camino altijd twee keer, was het droog geworden maar de wind was onveranderd en ook het uitzicht was beroerd. Veel langs de weg lopen met uitzicht op verpauperde huizen…

Ook dit is de Camino, slecht weer, industrie en een hoop beton. Maar die Camino geeft dan toch ook wel weer. Want een kilometer of vijf voor onze albergue worden we ineens toegezwaaid door een oude bekende: de Zwitserse pelgrim met haar hondje. Even mee staan kletsen en door. Na nog wat loop- en klimwerk en 32 km in de benen kwamen we aan bij onze albergue ‘San Martin’, inderdaad Sint Maarten. Een liefdevolle albergue, met een heerlijke ontvangst en… Nog meer bekende gezichten. Juist die onverwachte en hernieuwde ontmoetingen maken het zo leuk. Dus zo eindigt en niet zo leuke wandeldag, toch nog op een positieve manier. 🙏

Even wat anders…

Even geen wekker, even niet vroeg op moeten staan. Door het gebrek aan beschikbaarheid van albergues na Gijon lopen we vandaag maar 9 kilometer. Je zou er je bed eigenlijk niet eens voor uitkomen. Maar we moesten toch weg van de camping, dus om half tien wandelden we richting Gijon. Het was een ‘stadse’ wandeling naar het centrum van de stad waar we om 12 uur al waren. We hebben lekker op de boulevard gezeten en van de zee genoten. Het strand was hier nog erg breed…

We hebben ook nog een poosje met het thuisfront gebeld om de week na afloop van onze Camino te bespreken. Zo gek om daar nu mee bezig te zijn, juist nu we in deze bijzondere eindfase zitten. Gelukkig hebben we alles kunnen boeken en regelen zoals we wilden, dus dat kan allemaal uit m’n hoofd.

In de middag zijn we nog naar het strand gegaan. Het was inmiddels flink vloed en van het brede strand waren nog maar enkele metertjes over. Het weerhield Raymond er niet van even een verfrissende duik te nemen…

Morgen weer vol gas vooruit… Jacobus roept!