Niks doen in Névers

Op de mooiste, rustigste en meest indrukwekkende locatie van Névers een rustdag hebben… Dat nodigt niet echt uit om wat te doen. Nou ja, niets… Een beetje van de stad wilden we toch wel zien een uiteraard wilden we de kapel wat St Bernadette ligt opgebaard ook wel bekijken.

Maar de dag begon met een bezoek aan… De kapper. Ik had bedacht dat het toch wel verstandig was om voordat we St Bernadette met een bezoek zouden vereren, mijn haar wel een beetje fatsoenlijk zou moeten zijn. Dus na het ontbijt ging ik de stad in op zoek naar een kapper die eigenlijk direct tijd had. Bij de vierde had ik geluk en is alles weer een beetje gefatsoeneerd op mijn hoofd.

Bij terugkomst in het klooster zijn we naar de kapel gegaan. Erg indrukwekkend en ook wel vreemd om iemand die in 1879 is overleden en er toch uitziet alsof ze ligt te slapen in een glazen kistje. In het museum liggen diverse stukken zoals haar tas en paraplu die ze bij zich had toen ze bij het klooster aanklopte.

Daarna zijn we de stad in gegaan en hebben we het historische stadhuis en de kathedraal van Névers bezocht. Dat viel eigenlijk een beetje tegen want die was grotendeels afgesloten vanwege een verbouwing. Wel bijzonder zijn de vrij moderne glas in lood ramen. Dat komt omdat de kathedraal in WOII is gebombardeerd en daarna weer is opgebouwd. Vrij nieuw dus eigenlijk.

Na bezoek aan de Boulanger en de supermarkt hebben we heerlijk in de kloostertuin gegeten, gelezen, route uitgestippeld en zitten wegdromen. Goed om het lichaam en geest even rust te geven.

Daar wordt je stil van…

Het voordeel van een ‘eigen’ pelgrimshuisje is dat je vooraf geen tijd voor het ontbijt hoeft te geven. Dus we sliepen uit tot kwart over zeven, het vaste recept bij de Boulanger om de hoek gehaald en lekker ontbeten. Even na negen uur liepen we weg voor een relatief korte etappe naar Névers. Een redelijk grote stad op de route. Net als gisteren liepen we voornamelijk over niet al te drukke asfaltwegen door het groen. Niet heel spectaculair, maar wel prettig lopen. Het was wel goed te merken dat Frankrijk weer aan het werk was.

En zo kwamen we langzaam in de buurt van Névers, bekend om z’n kerken en het klooster waar St. Bernadette van Lourdes heeft geleefd en is overleden. Dit klooster biedt ook kamers aan als je in retraite wilt en dus ook aan pelgrims. We hadden al gehoord dat dit een zeer bijzondere ervaring is en aangezien we morgen een rustdag hebben, slapen we hier twee nachten.

In het klooster hangt een zeer serene sfeer, heel rustig. Het bijzondere hier is ook dat St. Bernadette hier is opgebaard in een glazen kist. We hebben dat nog niet gezien, maar gaan dat morgen zeker doen. Dus een bijzondere en zeer rustgevende omgeving in een vrij grote stad…

2e Pinksterdag in Frankrijk…

… dan is het rustig op straat, heel rustig. Want veel winkels zijn dicht, een enkele supermarkt of boulangerie is tot 12 uur open en de Mairie (gemeentehuis) die is dicht. Maar wat nu als de sleutel van het pelgrimshuisje bij die Mairie moet worden afgehaald?

Om half negen vertrokken we met pijn in ons hart bij ‘Le Coeur du Chemin’. Op het terras was er nog lekker schaduw en onze gastheer boodt aan dat we best konden blijven. Maar de Camino wacht niet dus we vertrokken in de nog relatieve koelte van de ochtend.

De wandeling was met 23 kilometer wel prima en met veel wandelen in de schaduw over gladde wegen schoten we lekker op. In de ochtend hadden we bij de Boulanger, de enige die dus open was, nog een heerlijke ‘pain’ gekocht, zo’n groot stokbrood met een heerlijk knapperige korst. Die hebben we bij de lunch op een boomstam zittend, opgesmikkeld.

En zo kwamen we rond half drie aan in Guérigny. Daar is dus een gemeentelijk pelgrimshuisje, maar de sleutel moet je ophalen bij de Mairie. Sterker nog, eigenlijk moet je ook reserveren zodat ze weten dat je eraan komt. Maar ja, een pelgrim reserveert nooit meer dan één of twee dagen vooruit. En toen ik zaterdag dus wilde reserveren was de Mairie gesloten… En zondag ook… En maandag dus ook.

Maar met het idee dat Jacobus met ons meeloopt en altijd voor een oplossing zorgt kwamen we aan. Mijn gedachte: laten we naar de Mairie gaan en kijken of er iets hangt bij de deur voor pelgrims. Niet dus. Er stond wel een auto met een wat oudere man erin. Of hij ons een beetje zag dralen weet ik niet maar hij stapte uit en ik sprak hem aan. Of hij misschien wist of er ergens een sleutel was voor het pelgrimshuis. In Frankrijk is iedere gemeente min of meer verplicht om zoiets te hebben. De man zei dat hij het niet wist, maar om de hoek was een zaaltje waarin iets gaande was en daar was wellicht iemand die meer wist.

Wij naar het zaaltje, nou ja zaal. Alle deuren stonden open vanwege de warmte en we konden precies horen wat er gaande was. QUATTRE… VINGHT-SEPT… SOIXANTE-NEUF… ☺️ Dat was dus bingo voor de lokale bejaardensoos, een zaal vol. We konden natuurlijk niet door die volle zaal in vol pelgrimsornaat naar binnen gaan dus wij achterom gelopen en daar konden we iets onopvallender iemand aanspreken. In mijn beste Frans uitgelegd dat ik op zoek ben naar de sleutel van het pelgrimshuis. De man vroeg wat zaken en hij leek me te begrijpen. Hij pakte zijn telefoon en begon te bellen. Kort daarna zei hij dat er met vijf tot tien minuten iemand zou zijn met de sleutel van de Mairie.

Wij wachten buiten geduldig af en ja hoor, daar kwam een man. Hij vroeg ons mee te lopen en we gingen de afgesloten en lege Mairie in. Zou het dan toch lukken?

Hij vroeg onze paspoorten, we kregen een stempel in ons pelgrimspaspoort en betaalden. Daarna kregen we dan echt de sleutel van het huisje. Het was ons gelukt! Helemaal blij liepen we naar het huisje, niet meer dan een kleine keuken, slaapkamer, douche en toilet maar toch… Dit was wel geregeld. En zo zie je maar… Er komt altijd een oplossing.

En morgen… Morgen slapen we op een zeer bijzondere plaats.

Gisteren lang, vandaag wat korter…

Eerste Pinksterdag in Frankrijk, eigenlijk gewoon een zondag als vorige zondagen. Voor ons staat er vandaag een korte etappe op de planning. Na de lange, warme etappe van gisteren komt dat wel lekker uit. Maar ook voor wat betreft de overnachtingsadressen komt het zo uit. We proberen onze etappes zo rond de 25 km per dag te plannen, maar je bent altijd afhankelijk van de locatie waar je kunt slapen. En soms past dat perfect en soms is het langer of korter.

En zo liepen we vanochtend om een uur of negen weg voor een etappe van 13 km die niet heel erg leuk was. Veel langs een provinciale weg die door de zondag gelukkig ook weer niet heel druk was. Maar als wandelaar ben je altijd erg kwetsbaar in vergelijking met de auto’s… En veel automobilisten lijken zich dat niet altijd te realiseren.

Al lopend kwamen we door enkele kleine dorpjes. Één van de dorpjes was helemaal in Camino-sfeer met allemaal leuk geverfde schelpen. Die waren op allerlei punten opgehangen en aan één muur hingen er heel veel.

De zon scheen uitbundig en voordat het echt heet werd waren we op de plaats van bestemming: Le Coeur du Chemin. Een prachtige pelgrimsherberg gerund door Ruud en Liesbeth. We werden hartelijk ontvangen en hebben in de achtertuin wat gedronken en verder kennis gemaakt.

Toen de F1, Monaco, ter sprake kwam hadden we elkaar al gauw gevonden… Wij Viaplay en Ruud de TV. En zo hebben we met z’n drieën de race gekeken. In de avond hebben we gezellig met z’n viertjes heerlijk gegeten en bleek de wereld toch wel erg klein te zijn…

Een goede vraag…

Vanochtend een vroeg ontbijtje, 7.00 uur, want we wilden een beetje voor de warmte gaan lopen. Dat was het idee… Dus om iets over zeven zaten we met z’n viertjes aan het ontbijt: drie pelgrims en één vrijwilliger van het pelgrimshuis. Ze kwam uit Canada, heeft de Camino al eens gelopen en helpt nu om andere pelgrims een aangenaam verblijf te geven. Ik kan je vertellen: dat is gelukt. Het ontbijt was heerlijk, maar de gesprekken waren nog veel beter. Zo vroeg in de ochtend en dan al zo vertrouwd met mensen die je net kent zo diepgaand praten. Zo mooi. Later kwamen de eigenaren er ook nog bij en zo kwam er van een geplande vroege start helemaal niets terecht en namen we om kwart voor negen afscheid van elkaar.

Maar als je al een goed gesprek hebt gehad, dan gaat dat al lopend nog wel even door. En juist dat is ook de bedoeling van deze gesprekken. ‘Food for Thought’ in goed Nederlands. Dank Dorethy, Huberta en Arno 🙏 We hebben met spijt in ons hart maar met een goed gevoel afscheid genomen.

Het was vandaag, en zeker vanmiddag, erg warm in midden-Frankrijk. Zes- a zeventwintig graden en als je dan in het zonnetje aan het lopen bent, met niet zoveel schaduw, dan is het even doorbijten. Zeker de laatste vijf-tien kilometer. Maar met een pauze hier en daar, veel drinken en je dochter/zus een poosje aan de telefoon komt ook aan deze 31 kilometer en einde. Zeker ook in de wetenschap dat we morgen wat minder hoeven.

Dit keer slapen we niet in een mooie herberg maar doen we het met een voormalig postkantoor dat nu wordt gebruikt om pelgrims op te vangen. We zijn er met z’n drietjes, dezelfde als gisteren. Dus je kent elkaar een dag maar het voelde als het ontmoeten van een oude vriend. Lekker samen een pasta-maaltijd in elkaar geflanst en zo sloten we de dag af.

Via Lemovicensis

Vanochtend zijn we vertrokken uit Vezelay. Een bijzondere ervaring om uit zo’n historisch dorpje te vertrekken. Voor 1000 jaar vertrekken uit dit dorpje, vanaf dit plein bij de basiliek, pelgrims op weg naar Santiago. DUIZEND jaar geleden liepen hier al mensen de weg die wij nu ook lopen: naar Santiago de Compostela.

Met dit gevoel liepen we weg uit Vezelay op deze historische weg. De Via Lemovicensis, zoals deze weg heet, is ongeveer 900 kilometer lang en voert ons naar St-Jean-Pied-de-Port, een klein pelgrimsdorpje aan de voet van de Pyreneeën. In Vezelay maak je de keuze voor de noord- of de zuidroute, via Bourges resp. Nevers. Wij hebben gekozen voor de zuidroute, die is meer met natuur, de noordroute is meer cultuur.

En natuur hebben we gekregen hoor. Mooie bospaden door een prachtig landschap. Geen grote omgeploegde akkers of bespoten wijngaarden, maar bos, fraai wuivende graanakkers en wat andere ondefinieerbaar groen. Dat de zon de hele dag zijn best deed hielp ook wel mee.

Onderweg hebben we nog lang over Vezelay gesproken. En ze bleef ons ook nog lang achtervolgen. Bij iedere heuvel die we waren afgedaald zeiden we dat we de basiliek nu toch niet meer zouden zien. En bij iedere nieuwe top keken we achterom en was ze toch weer zichtbaar. Tot we na 18 kilometer lopen toch echt afscheid moesten nemen.

Het dorpje Vezelay

Onderweg kwamen we ook nog een andere pelgrim tegen. Eerst passeerden we elkaar, hij zat wat te eten. Daarna passeerde hij ons, wij zaten wat te eten. Toen er elkaar daarna lopend passeerden maakten we een praatje en liepen wij verder. Hij moest wat aan het karretje veranderen waar hij mee liep. Toen wij op een bankje en appel zaten te eten kwam hij weer voorbij. Nu kwam hij erbij zitten en bleken we in dezelfde herberg te verblijven. We hebben de laatste kilometers met z’n drieën gelopen.

De herberg, l’Esperit de Chemin, is schitterend. Gerund door twee Nederlanders en vrijwilligers. Zo mooi, zo voor pelgrims in alles. Wat een mooie plek creëren zij hier. Een gezamenlijke maaltijd waarin de gesprekken met elkaar centraal staan. Waarbij je bijna het heerlijke eten vergeet.

VEZELAY !!

Vanochtend na ontbijt vertrokken voor een korte etappe van 12 kilometer naar een voor ons belangrijke bestemming: Vezelay. De route was heerlijk door de bossen en eindigde met een beklimming naar de top van de heuvel waar Vezelay op ligt. Het mooiste moment is als je op de voorliggende heuvel staat en je in de verte de Basiliek van Vezelay ziet liggen.

De eerste blik op Vezelay

Maar waarom is Vezelay nou zo belangrijk voor pelgrims? Die historie vertelt dat rond 1100 de bouw van de basiliek begon. Deze plaats was zo belangrijk omdat het verhaal ging dat hier de beenderen van Maria Magdalena lagen. Daarmee werd Vezelay dus al gauw een bedevaartsoord en verzamelplaats voor pelgrims die vanuit hier hun weg vervolgden richting Santiago de Compostela. Maar ook voor kruisvaarders was het een belangrijke startplaats op weg naar het Heilige Land. En juist deze historie maakt Vezelay zo belangrijk voor ons vandaag. Wetende dat zovelen ons in die duizend jaar zijn voorgegaan.

Dus nadat we rond het middaguur aankwamen op het plein voor de basiliek zaten we te genieten van onze prestatie. Er kwam een vrouw aangelopen die ons aansprak. Of we pelgrims waren en al een slaapplek hadden of nog doorliepen. Ik zei dat we hier zouden blijven en al een plek hadden. Nu bleek zij de contactpersoon voor die locatie te zijn. Ze was eigenlijk op weg naar de mis, maar als we gauw mee liepen konden we onze tassen alvast binnen neerzetten. Dat was heel fijn natuurlijk, zo liepen we vederlicht Vezelay in.

De basiliek was erg mooi, minder uitbundig dan andere kerken, maar daardoor juist goed. Uiteraard hebben we ook hier een kaarsje aangestoken. Juist nu voor degene die iemand verloren hebben een wel wat extra steun kunnen gebruiken.

Daarna zijn we verder het dorpje rond gelopen. Heel oude gebouwen, beetje toeristisch maar niet heel druk gelukkig en prachtig uitzicht.

En omdat we deze mijlpaal niet ongemerkt voorbij wilden laten gaan zijn er ’s avond lekker met z’n tweeën gaan uit eten.

Heuvel op, heuvel af…

De wekker ging vandaag vroeg, om half acht was het ontbijt. Niet omdat wij perse zo vroeg weg wilden, maar onze gastvrouw moest naar haar werk. Ook daar moeten we uiteraard rekening mee houden. Dus heerlijk ontbijtje genuttigd, stempel voor in het paspoort en afscheid genomen. Vooral van Kobus… Ja-kobus

We liepen Accolay uit en liepen zo het bos in. Uiteraard moesten we vandaag ook even een ‘Abraham’ feliciteren dus dat hebben we maar meteen gedaan. Daarna was het veel heuvel op, heuvel af over mooie paden, kleine dorpjes en dichte bossen.

Over de binnenkomst bij die dorpjes trouwens, ik schrijf wel eens dat die dorpjes en beetje een dooie boel zijn. Maar bij binnenkomst is het dat vaak ook… Het eerste wat je ziet is vaak het kerkhof. Ik hoop niet dat het allemaal pelgrims zijn die ze daar hebben begraven…

We hadden vandaag een wat kortere etappe omdat in één keer door naar Vezelay te lang was. Dus met ruim 18 kilometer op de teller konden we bij ons nieuwe onderkomen heerlijk genieten van het zonnetje. ‘Il n’est pas des vacances’ … maar een beetje genieten mag best.

Tijdens het eten een mede-pelgrim ontmoet, een Portugees die al lange tijd in Frankrijk woont. Was wel gezellig aan tafel hoewel na een paar wijntjes ging hij steeds sneller praten… Dus begreep ik er steeds minder van. Nou ja, morgen laatste dag Via Campiniensis… Op naar Vezelay’

Jacobus beslist…

Vanochtend was het best fris en heiig maar in tegenstelling tot gisteren trok het niet op. En met de wat steviger wind op de heuvels tussen de wijngaarden maakte dat het best fris. En voor mij, lekker lopend in shirtje en korte broek, werd het toch wat té fris, dus toch maar weer m’n jack aangedaan.

Dus zo liepen er om wat na negen uur weg uit het parochiehuisje. Chablis uit en de wijngaarden in. Eerlijk gezegd ben ik niet zo’n fan van het lopen tussen de druivenranken. Redelijk wat tractoren rijden er tussen en ik heb het idee dat er vrij veel ‘gewasbeschermer’ (lees: gif) wordt gespoten. Het voelt niet echt prettig. Maar we zullen de komende maanden nog best wel eens wat dagen tussen de steeds verder groeiende druiven lopen. Champagne en Chablis hebben we al gehad, in ieder geval Bordeaux en Rioja liggen in het verschiet.

Al lopende opperde Raymond dat het misschien een idee was om het laatste stuk naar Vezelay morgen in één keer te lopen in plaats van twee dagen. Een pittig stuk van bijna 30 km met veel hoogtemeters. Ik twijfelde…

En zo liepen we de hele dag omhoog en omlaag, bij elkaar 500 omhoog en evenveel omlaag. Het viel niet mee. En daarmee werd ook meteen de vraag over de keuze voor Vezelay beantwoord, dat zouden nòg met hoogtemeters in zitten. Bedankt Jacobus 🙏

Onderweg veel van wat we al veel hebben gezien: verlaten dorpjes, kerkje hier, kerkje daar een een kruis ter nagedachtenis van…? Die kerken in de dorpen zijn trouwens wel altijd mooie herkenningspunten, dat was in Nederland en ook hier in Frankrijk. Je ziet een dorp vaak al van ver door de kerktoren.

Vanavond een mooi pelgrimsonderkomen in Accomay bij een Nederlandse vrouw. Een prachtige plek waar we hartelijk werden ontvangen, heerlijk hebben gegeten, gezellig hebben zitten kletsen en vast ook heerlijk slapen na een inspannende dag.

Van Vlie’ in Chablis

Het was vanochtend nog wat heiig toen we vertrokken, heiig en windstil. Dus prima weertje om de eerste kilometers vanaf Roffey af te leggen. Het eerste dorpje, nou ja… gehucht, dat we tegenkwamen was grotendeels gewijd aan onze Jacobus, Jacobus de Meerdere. Zo was er een Rue de St Jacques en een kerk Saint-Jacques-le-Majeur.

De paden waar we overheen liepen waren over het algemeen prima begaanbaar. Wat asfalt, maar ook veel gras en wat grote-kiezelpaden. Die laatste lopen dan weer niet zo lekker. Je hebt er niet echt grip op. Maar zo liepen we langs wat akkers en bosranden… Af en toe een dorpje en jawel, toen we in de buurt van Chablis kwamen waren daar de eerste wijngaarden weer. Of eigenlijk wijngaardjes, het was nog wat klein.

De zon was inmiddels goed doorgekomen en zo lopend over de toppen van de heuvels en daarna afdalend over de witte kalkrijke paden naar het stadje Chablis werd het best warm.

Chablis

Ons overnachtingsadres was dit keer geen gîte of iets dergelijks maar een parochiehuis bij een kerkje. De vrouw die ons hartelijk ontving had ik gisteren ook al aan de telefoon gehad. ‘Bonjour Martin, bonjour!!’ Ze gaf ons wat uitleg over de Spartaans ingerichte kamer, maar het voelde zoveel beter dan eerdere locaties waar we hebben gezeten. Heerlijk dit.

Na het eten zijn we nog even het stadje ingegaan om een ijsje te halen. Eindelijk was het weer zo lekker dat we daar trek in hadden. We hebben meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om de kerk van de Heilige Martinus te bekijken. Een kerk die dateert uit 1160 en midden tussen de huizen ligt en alleen bereikbaar door allerlei kleine steegjes.

Wennen aan de warmte

Onze gastvrouw Ysabel was vanochtend al vroeg uit de veren om onze was klaar te leggen. Wel fijn hoor als alles even in de wasmachine kan en niet met de hand hoeft. Na ons inmiddels traditionele ontbijtje van geroosterd stokbrood met jam en koffie (Maarten) en thee (Raymond) vertrokken we (ook inmiddels traditie) om 9.00 uur.

Het beloofde vandaag wederom een mooie dag te worden. Het weer, graadje of 21, en de route, mooie wegen en paden licht glooiend. En het was inderdaad heerlijk om te wandelen hoewel het in de zon en uit de wind al best wel warm begint te worden, een voorproefje van wat ons de komende weken te wachten staat. Want de verwachting voor de komende twee weken is een stijging naar 26 graden en weinig regen. Onze waterzak hadden we vanochtend dus al best goed gevuld, maar die ging schoon op.

Onderweg was het lekker afwisselend. Omdat het zondag was, was het waarschijnlijk wat rustiger in de dorpjes. Maar ook op de route zelf was het rustig, heerlijke bospaden, mooi jaagpad. Onderweg kwamen we voor de vierde dag op rij een Nederlandse pelgrim tegen. We zeiden altijd gedag, met af en toe een praatje maar dat was het. En wat vandaag bleek… We hebben vanavond hetzelfde overnachtingsadres. Dat was wel gezellig om lekker in het Nederlands te kunnen kletsen tijdens het eten.

Rond vijf uur kwamen we moe maar voldaan aan bij een prachtige B&B.

En het mooiste moment van de dag… De heerlijke douche na 29 kilometer lopen.

Na het vlak komen de heuvels…

Vanochtend werden we door Daniel, onze gastheer, naar het startpunt in La Rivière de Corps gebracht. Dit was het punt waar we gisteren onze korte etappe waren geëindigd. En ik moet zeggen… Vandaag waren we blij met die 5 kilometer minder hoor. Want het waren er vandaag al 28, dus anders 33. En zoals in de titel al staat: na een paar vlakke etappes begonnen nu de heuvels en dus de kuiten en dijen konden weer aan het werk.

Maar wat was het mooi om te wandelen. Het weer werkte ook wel erg mee, maar ook de natuur deed erg zijn best.

En zeg nou zelf als je hier luncht…

En als je hier loopt…

En hier even stil bij mag staan…

Dan heb je toch een hele mooie dag?

Bezoek!

Daar waar we dus eigenlijk het idee hadden om na Troyes meteen door te lopen, is het toch een ‘rustdag’ geworden. Inderdaad tussen ” want met 23.000 stappen is het dat niet echt geworden.

Door onze gastouders zijn we in de ochtend om een uur of tien bij de kathedraal afgezet. Deze wilden we nog bekijken en uiteraard een stempel voor ons boekje halen. De stempels die worden gezet in dit soort gelegenheden doen het altijd erg goed. Ook hier weer: kathedraal groots en meeslepend. Kijk zelf maar…

Nadat we de kathedraal hadden bezichtigd moesten we alvast een stukje van de route van morgen lopen. Dat zit namelijk zo… De etappe van morgen is eigenlijk wat te lang om te doen, 32 km met heuvels. Het kon niet korter in verband met tekort aan overnachtingsadressen. Onze gastheer opperde dat hij ons ook wat verder op de route kon afzetten, maar ja… dan loop je niet alles. Dus hebben we vandaag maar de eerste vijf kilometer gelopen en hoeven we er morgen nog maar 27. Dat betekende vandaag wel dat er die vijf kilometer ook weer terug moesten lopen… Op onze rustdag.

In de middag kregen we zeer welkom bezoek uit Nederland. Jesper en Temba waren op doorreis en maakten in Troyes en tussenstop. We hebben met elkaar een zeer geslaagde middag gehad.

Troyes bereikt!

Vandaag hebben we de tweede stad van de Via Campiniensis bereikt: Troyes.

Gisteren met pijn in het hart afscheid genomen van het leuke pelgrimshuisje in Barbonne Fayel. Wat was het daar leuk en wat een sympathieke en gastvrije gastheer hadden we daar. De route was wisselend, soms heerlijke paden door het gras en soms hele stukken langs de weg waardoor we bij passerend verkeer veel in de berm moesten lopen. Autorijders beseffen vaak niet hoe hard ze langs voetgangers rijden… Halverwege zat een dorpje waar ze een Boulangerie hadden dus daar moesten we even naartoe. Het dorpje was een bijzondere ervaring. Er zaten best wat winkeltjes, midden op de dag, maar het leek wel een spookstadje. Bijna geen mensen op straat, ramen van veel huizen kapot… Gelukkig was het bakkertje open. De laatste kilometers naar onze eindbestemming Méry-sur-Seine waren een lang fietspad langs een kanaal met volop begroeiing. Best lekker om te lopen.

Over ons overnachtingsadres kunnen we kort zijn… Ouwe meuk, geen sfeer en slechte ontvangst. Kortom, blij dat we daar vanochtend konden vertrekken.

En de route naar Troyes verliep zoals de vorige was geëindigd, namelijk kilometers lang langs het kanaal, lekker vlak, weinig wandelaars en fietsers op Hemelvaartsdag… Meters maken dus.

Wat nog wel leuk was waren de otters die we zagen, moeder met drie kinders.

De afstand naar Troyes bleken we iets verkeerd te hebben ingeschat, geen 25 maar toch wel 30 kilometer. En met onze gastheer hadden we afgesproken dat hij ons om 17.00 uur zou oppikken bij de kathedraal. Dat was dus nog even doorlopen. Een telefoontje van Jesper bracht veel positieve energie en ruim op tijd waren we in Troyes.

Onze gastheer Daniel herkende ons direct, geen idee hoe, en we reden naar zijn huis net buiten de stad. Daar hebhebben we met elkaar lekker in het zonnetje de komende dagen besproken. Hij wist veel van de route na Troyes en heeft geholpen met adressen voor de volgende dagen. Ook heerlijk gegeten met onze gastouders. Wat een leuke gesprekken krijg je als je de taal iedere keer wat beter gaat begrijpen. Onze gastvrouw sprak gelukkig ook wat Engels.

Omdat we Troyes toch wat beter wilden bekijken èn omdat we morgen dus bezoek uit Nederland krijgen hebben we een extra nachtje ‘geboekt’. Heerlijk als niet alles in beton gegoten zit en we flexibel met ons programma kunnen omgaan.

Briefjes…

Ooit was er een tijd dat we elkaar boodschapjes achterlieten via briefjes. Als ik naar een vriendje ging en m’n ouders waren niet thuis, dan legde ik even een briefje op de keukentafel waar ik heen was. Of als ik uit school kwam en er moesten nog wat boodschapjes gedaan worden, dan legde mijn moeder even een briefje neer. ‘Kun je nog even naar Piet Nell?’ Die briefjes waren onze berichtjes naar elkaar om even wat te laten weten als je elkaar even niet zag. Maar niet zelden met een ‘xxx’ eronder.

Langzaam kwam daar verandering in. SMS deed zijn intrede en later Whatsapp. De briefjes hoefden niet meer te worden geschreven, je stuurde even een appje. Wel zo makkelijk en je kreeg nog reactie terug ook. Maar toch ook… Minder nostalgisch. Het gemak en de hoeveelheid berichtjes die je dagelijks verstuurt maakt het zo gewoon.

En dan loop je de Camino, en trage tocht van maanden waarin je veel nieuwe mensen ontmoet waar je vaak geen telefoonnummers van hebt. En wat doe je dan… Je gaat weer briefjes schrijven. Aan Tom en Hugo om ze te bedanken voor het slapen in hun bed. Of onze gastvrouw die vroeg naar haar werk moet en ons vertelt waar we alle ontbijtspullen kunnen vinden. Uiteraard afsluitend met een ‘Bon Chemin’. En zo ook gisteren briefjes met ‘Beste Pelgrims… Welkom’. Kleine persoonlijke boodschapjes die echt aan ontvanger zijn geschreven. Zo klein, maar zo persoonlijk.

Al die kleine briefjes die op tafel liggen, het doet me wel wat. Het laat je zien, maakt het ook tastbaar, dat iemand even aan je heeft gedacht en een boodschapje voor je heeft. Heel klein, maar zo persoonlijk. Dat wil ik bij thuiskomst vasthouden… Zomaar af en toe een briefje op tafel. Met een boodschapje… Al is het maar om te laten weten dat ik aan je dacht.

Twee in één…

Allereerst willen we iedereen bedanken voor de vele reacties op onze vorige post, ook via de app hebben we wat reacties ontvangen. Een voetreis naar Santiago is niet alleen een fysieke reis naar vooral ook een reis in je hoofd. Dat blijkt maar weer.

Gisteren hadden we een heerlijke wandeldag. Het zonnetje scheen, de temperatuur was goed en omdat het al even niet had geregend waren de paden door de akkers en het bos ook beter begaanbaar. Heerlijk in het zonnetje zitten lunchen…

lunch…

Daarna gewoon lekker verder gelopen, eigenlijk was het een dag waar al lopende niets op aan te merken was. En toen moest het klapstuk nog komen, namelijk ons overnachtingsadres. Dat is altijd weer een verrassing en zo ook nu… We hadden via de app geboekt bij “Gite l’homme blanc” met avondeten en ontbijt. De locatie was eigenlijk pelgrim-onwaardig maar wat een mooie B&B is dit zeg. Een ruime huiskamer met keukentje voor de gasten en boven drie slaapkamers met douches en toilet. Nog behoorlijk nieuw.

En dan ligt er een briefje van de gastvrouw… Wij houden hier wel van. Ze had voor het avondeten een heerlijke quiche gemaakt en ook voor het ontbijt was er van alles. Om zo tot rust te komen,.. dat lukt ons wel.

De volgende ochtend vertrokken we met pijn in ons hart, maar ja… Santiago komt niet naar ons toe. Dus schoenen aan, hond gedag gezegd en er op pad. Het was best een frisse dag, redelijk zonnig maar met veel wind. Maar ja, als de wind fris is komt hij meestal uit het noorden. Dus voor ons betekende dat wel ‘wind mee’. Die wind speelde trouwens prachtig met de tarwevelden.

Het wandelen schoot dus best lekker op en met een rustpauze hier een daar is het prima genieten hoor. Om half vijf stonden we bij ons volgende adres en ging onderstaand papiertje op de deur…

We hadden dit adres gisteren geregeld. Het is een Nederlandse man die een apart huisje heeft voor pelgrims. Eigenlijk deed hij dit niet meer ivm het overlijden van zijn vrouw. Maar hij wilde het toch weer wat oppakken. Dus zo zitten we nu in een heel oud, sfeervol, huisje met bij binnenkomst en goed gevulde koelkast. Wat wil je nog meer?

Eén maand onderweg…

Van Raymond:

Vandaag is het precies 1 maand geleden dat we vertrokken vanuit Sassenheim. De eerste week wandelen vond ik lichamelijk maar vooral mentaal zwaar. Ik dacht echt: ‘waar begin ik aan’, vier maanden lang weg van huis en niet weten wat je kan verwachten. De slaapplekken voor de eerste week stonden al vast dus daar hoefde we ons geen zorgen over te maken.

Maar wat je allemaal tijdens het wandelen meemaakt dat weet je niet. De ene dag loop je lekker door de natuur en rustige dorpjes met weinig prikkels, en de andere dag loop je door een drukke stad en slaat mijn hoofd op hol van alle prikkels die binnen komen. Het drukke verkeer dat voorbij rijdt, de vele mensen op straat en alle andere geluiden en chaos die in elke stad is. Aan het einde van de dag was ik dan ook overprikkeld en kon ik maar moeilijk de positieve dingen van de dag zien. Het liefste zou ik dan stoppen en lekker thuis zitten zonder al die prikkels en nieuwe indrukken. Maar ik wist ook dat ik dat niet kan doen want deze kans krijg ik misschien maar een keer.

Na 1 week lopen gingen we de grens van België over en was ik blij dat we Nederland achter ons konden laten. In België gingen we ook de officieel aangegeven Camino route volgen en voelde het anders dan de eerste week. Nu je op de route zit krijg ik meer het gevoel dat het echt begonnen is. De blaren werden steeds minder en lichaamelijk voelt het ook steeds beter. Doordat het wandelen beter gaat, ga je meer nadenken over waarom je deze wandeling maakt en wat je eruit wilt halen als je weer thuis bent. En een antwoord vinden op die vraag is moeilijker dan ik dacht. Nu de eerste maand voorbij is merk ik al een heel groot verschil met hoe ik me voelde toen ik weg ging en nu op dit moment. Toen we weg gingen dacht ik vaak aan hoe we in hemelsnaam vier maanden lang bijna elke dag moeten lopen en in Santiago terecht moeten komen. En nu is de routine van wandelen, eten, slapen en repeat normaal geworden en geniet ik meer van de reis en de omgeving om me heen.

Er gaan nog veel mooie momenten komen en dit is nu al een reis om nooit meer te vergeten

Van Maarten:
15 april namen we afscheid van thuis. Voor 4 maanden lieten we Monique en Melanie achter, maar ook familie en vrienden. Transformeer je in een maand van man/vader/vriend/collega naar pelgrim?

We hebben heel veel geleerd van de eerste week waarin we de fysieke pijn voelden van stijve rug, benen en blaren. Maar ook de mentale pijn van het afscheid nemen, het loslaten. We leerden hoe we ons plan konden aanpassen als de omstandigheden daarom vroegen. Dus even geen camping bij regen en kou, maar een vast bed en een dak boven ons hoofd. We leerden letterlijk loslaten toen we onze tent achter lieten in België en onze slaapzak en -mat naar huis stuurden.

We leerden daarmee te vertrouwen op dat er altijd wel een overnachtingsadres is. En wat ontmoet je dan leuke mensen! Gastvrij in iemands huis worden toegelaten. Vertrouwen dat zij in ons hebben als ze ons daar al na een half uur alleen laten. En ook het vertrouwen dat er ook de volgende dag wel weer een bed en eten is.

Ook wandelend hebben we vertrouwen gekregen. Met afstanden tot 34 kilometer door blubber en glijdend over klei. Zat ik er doorheen dan pepte Raymond mij op en andersom. Een heuvel lijkt van een afstand van hoog, maar als je er naartoe loopt en je kijkt achterom dan ben je vaak al onderweg naar boven. En als een pad vanuit de verte afgesloten lijkt, is er van dichtbij vaak toch nog een doorgang.

Wij geloven dat we dit samen kunnen en vertrouwen elkaar in de voorstellen en keuzes van elkaar. Wij kunnen dit samen!

Weer onderweg

Na ons ontbijt in het hotel vertrokken we uit Epernay. Hoewel… De eerste zes kilometer liepen we nog langs de rand van de stad. En dat is op zondagochtend bij een waterig zonnetje echt geen straf. Zeker niet na de modder-wandeling van vrijdag. Bij Moussy kwamen we weer op de officiële route en moesten we meteen een stuk klimmen. Ook hier nog veel wijngaarden op de flanken van de heuvels. Boven aangekomen was het uitzicht wel erg mooi… Wijngaarden, heuvels en de stad van bovenaf.

Daarna ging het over verharde bospaden, door dorpjes en door waar modderiger bospaden. De nattigheid was nog lang niet overal weg, maar met een doorberekend zonnetje was het toch best lekker lopen. In de bossen ook nog wat reeën gezien. Jammer dat je altijd alleen de achterkant van die beesten ziet. Verder was het opvallend dat de wijngaarden ineens ophielden. Of iemand de schakelaar had omgezet… Ploep… Nu weer ‘gewoon’ akkers met koolzaad en tarwe.

Onze gîte lag een kilometer of drie buiten het dorp maar prachtig in de natuur. We konden lekker mee eten met ons gastgezin, dus weer eens wat anders dan brood. Over brood gesproken… Dat brood uit de supermarkt is echt niet te eten hier. Nu begrijp ik waarom die Fransen altijd nog hun brood bij de boulangerie halen…

O ja, gefeliciteerd aan alle Feyenoord-supporters.

CHAMPAGNE !

Vandaag dus een rustdag in Epernay, een stadje van 40.000 inwoners midden tussen de wijngaarden. Het staat internationaal bekend als ‘De hoofdstad van de champagne’. Om de wijn te laten rijpen onder ideale omstandigheden bij een constante temperatuur en vochtigheidsgraad heeft men meer dan 120 km gangen, die tot 40 m diep zijn, uitgegraven in de krijtbodem. Er zijn hier meer dan 200 miljoen flessen opgeslagen. Best leuk om daar aan te denken als je door de straten loopt.

Maar niet alleen onder de grond is het champagne wat de klok slaat, ook boven de grond. Overal zie je wijngaarden op de heuvels, overal wijnhuizen in de straat (Avenue de la Champagne) en veel winkels die champagne verkopen, inclusief sabels. Ook het aantal Porsches, Lamborghini’s en grote BMW’s was in de straten duidelijk oververtegenwoordigd. Maar of dat wat met die champagne te maken heeft weet ik niet…

Maar we hebben ‘ s ochtends dus heerlijk in het zonnetje een bezoekje gebracht aan de Boulanger voor ons vaste recept van ‘croissantje, pain au Chocolat en een baguette voor later’. Maar als je dan op een bankje zit, genietend van het zonnetje, croissant en pain au Chocolat al op hebt, en zo’n heerlijke nog warme, knapperige, baguette hebt liggen neem je daar toch een stukje van… En nog één… En nog één. Enfin, eind van het liedje moesten we nogmaals naar de Boulanger.

We hebben ook nog twee kerkjes bezocht: Eglise Notre-Dame en Église Saint-Pierre et Saint-Paul d’Épernay. Twee mooie kerken aan de buitenkant. De eerste was ook van binnen wat mooier. De tweede was van binnen erg sober. Bij beiden konden we helaas geen stempel scoren. Al met al een leuk stadje, een mooie plek om je rustdag te hebben.

It’s the mud stupid!

Reims hebben we na een dagje alweer achter ons gelaten, de kilometers roepen. De jeugdherberg was wel weer een leuke belevenis. Op een gang met puberende jongens, dat zorgt ’s avonds natuurlijk wel voor wat leven op de gang. Gelukkig was er een docente die vroeger in het vreemdelingenlegioen heeft gezeten dus die jongens waren gauw stil. Ook de volgende ochtend bij het ontbijt hoefden ze niet veel te doen… Één blik was voldoende.

Maar goed, om een uur of negen vertrokken we uit Reims in de regen. Dus wij onze regenjas en regenbroek aan en onze rugzak z’n hoes. Zo bleven we allemaal droog en konden er via een leuke route langs het water de stad uit. Via een buitenwijk kwamen we bij de eerste dorpjes buiten Reims. Daar zagen we met eigen ogen in welke streek we terecht zijn gekomen: Champagne! De eerste kleine druivenakkers dienden zich aan. Nog kaal en klein, maart hoe verder we liepen hoe groter de druivenakkers. Bij Epernay, onze eindbestemming stonden de heuvelhellingen helemaal vol.

Maar dat is eigenlijk niet ‘het verhaal van de dag’. En dat is ook niet de regen, hoewel misschien indirect. Tegen regen kan je je kleden. Maar de gevolgen van regen blijven in de bossen en vooral op de bospaden nog lang na-ijlen in de vorm van… modder. En dat is dus veel hinderlijke bij het lopen. Veel zigzaggen over de paden om toch nog een beetje beloopbaar stukje te hebben. Maar wat een prut!

Zoek m’n schoenen…

Maar goed, ook aan regenachtige modderdagen komt een einde al was dat vandaag pas na 34 kilometer. De schoenen en broeken kunnen nu een extra dagje drogen want morgen blijven we een extra dagje in Epernay. Eens kijken of hier wat te doen is.

K(l)eihard naar Reims

Reims… We hebben vandaag de stad Reims gehaald. Historisch is Reims voor veel pelgrims een belangrijke stad. Niet alleen voor pelgrims naar Santiago, maar ook de pelgrimsweg van Canterbury naar Rome komt door Reims. Een heus kruispunt van wegen dus, met als middelpunt de prachtige kathedraal van Reims.

Maar dus eerst onze weg er naartoe. Die ging niet van een (k)leie dakje… We zijn vroeg vertrokken omdat we dan bijtijds in Reims wilden aankomen en nog wat van de stad konden zien. Dus voor acht uur liepen we weg uit Bazancourt, dorpje uit en al gauw waren we weer tussen de akkers. De weg was nog redelijk begaanbaar totdat we een autoweg moesten kruisen en daarna het pad vervolgen. Maar helaas… Dat vervolgpad was er helemaal niet! Dat betekende omlopen en de wegen tussen de akkers werden alleen maar slechter… Veel witte klei en door de regen van de afgelopen dagen was dat glad en zwaar lopen. Onze schoenen waren twee maal zo zwaar van de plakkende klei. En als je Reims dan ineens voor je ziet liggen maar nog zeker 6-7 kilometer kaarsrecht vooruit moet kleien, dan is dat best buffelen. Eenmaal in de voorstad was het vooral in de berm lopen, ook niet heel leuk.

Maar als je humeur dan even op een dieptepunt is komt dat ineens een stem… ‘Bonjour!!! Santiago???’ Een passerende vrouw zag onze schelp en begon in rap Frans of we de weg naar Santiago liepen. Op mijn ‘ja’ liep zeer helemaal leeg, ik begreep er niet veel van, maar ze was helemaal enthousiast. Toen ze later in haar auto voorbij kwam, ging dat luid toeterend en zwaaiend. Fluitend en zingend liep ik Reims binnen.

Nadat we de jeugdherberg hadden gevonden en onze tas hadden gedumpt gingen we de stad in. Op zoek naar de kathedraal van Reims. Nou, die zie je niet over het hoofd hoor. Wat een pracht!

Kathedraal van Reims

Binnen in de kathedraal was het al net zo mooi. Veel, heel veel glas in lood, veel beelden… En groot, heel groot.

En uiteraard voor iedereen die ons dierbaar is een kaarsje opgestoken.

En na een heerlijke pizza bij de Italiaan eindigde de dag.

‘Kopje koffie wandelaars…?’

Soms begint de dag rustig en is de wandeling wat saai maar komt er door een onverwachte gebeurtenis ineens een omslag. Vandaag was zo’n dag.

Na het ontbijt op z’n Frans, dus met baguette en croissant, gingen we aan de wandel. Eerst het dorpje uit en al gauw liepen we weer tussen de velden van koolzaad en opkomend tarwe. We zagen nog twee reeën over ons pad en door de velden huppen en wat fazanten vlak voor onze neus opvliegen. Verder liepen we langs een autoweg wat nogal saai was.

Dat veranderde toen we een klein dorpje in liepen. Bij één van de tuintjes stond een oud vrouwtje die ons vroeg of we koffie of thee wilden… Zomaar. Nu wilden we net pauzeren en ik had nog geen koffie op dus dat kwam goed uit. Dus zo hebben we dat met z’n drietjes en beetje in het Frans zitten keuvelen. Dit zijn dus echt de mooie momentjes die een dag doen kantelen. Want daarna waren de wegen nog net zo recht en lang, de akkers nog net zo saai en de zon was er nog steeds niet… Maar ons goede gevoel was weer helemaal terug.

En zo liepen we al kletsend over wat de toekomst ons zou brengen naar Bazancourt, met soms aan de muur en mede-pelgrim.

Om iets voor vieren kwamen we aan bij de Mairie, het gemeentehuis. Daar konden we de sleutel ophalen van de gemeentelijke pelgrims-herberg. Ditmaal en wat kale ruimte met twee stapelbedden en een douche. Maar hé… Voor niets gaat de zon op,maar heb je dus ook gewoon een overnachting 😃

Van kilometers naar millimeters…

Al een paar dagen stond het in de weersverwachting… Maandag zou het regen, regen, regen worden. Dus rekenen we vandaag niet in kilometers maar in millimeters, regen wel te verstaan.

Maar eerst was het vandaag vroeg opstaan. Onze gastvrouw moest om 7.45 uur naar haar werk dus voor die tijd ontbijt. Een heerlijk ontbijt waar we de ochtend mee door kwamen. Leuk was dat ze aan haar hek voor iedere pelgrim die bij haar heeft gelogeerd een schelp met hun naam heeft hangen. Dus ook wij hangen daar straks. Hoe leuk! Dank je wel voor de fijne overnachting Petra.

Tja, en dan het weer… De verwachting kwam uit dus voor het eerst echt de regenjas aan en buffellen. Vijfentwintig millimeter is er gevallen. Geen heftige plensbui, maar een hele dag genoeg om goed nat van te worden. Door de heuvels, langs de akkers met koolzaad en de eerste tarwe. En als je dan een korte etappe hebt gepland en het weer is zo slecht dan lijkt het toch lang te duren. Maar door het vroege vertrek waren we toch al snel op plaats van bestemming. Net voor twaalven al, genoeg tijd om te drogen.

Maar de positieve verrassing was vandaag toch wel de gemeentelijke pelgrimsherberg. We konden de toegangscode ophalen bij de plaatselijke kroeg. Een leuk klein gebouwtje, vrij nieuw, was ons huisje voor vannacht. Mooie douches, prima bedden, keukentje. Een prima ‘Bad-bed-brood regeling’ hier in Frankrijk voor pelgrims. En nog een positieve verrassing vandaag: de mede-pelgrims die we twee dagen geleden hadden ontmoet kwamen in de middag ook als twee verzopen katjes binnen. Dat was een gezellig weerzien.

Dus verder en rustige dag waarin we de kleren en schoenen even konden laten drogen. De weersverwachting voor de komende dagen is beter.

O ja, volgens de teller hebben we na vandaag 500,4 kilometer gelopen… Dat is toch 500.400.000 millimeter 💪

Soms zit het mee…

Ken je dat, van die dagen dat het op z’n zachts gezegd niet helemaal lekker loopt. Vandaag was zo’n dag.

Vanochtend was het wat drukker dan normaal bij ons in de ochtend. Logisch, we waren met vijf pelgrims die allemaal spullen moesten pakken, opfrissen, ontbijten en weer op weg gaan. Maar ja, die zesde pelgrim, die met al die haren, die deed toch wel wat aan huis denken. Zelfde lieve blik, zelfde liefde voor kroelen… Dus dat was even lastig.

Na afscheid genomen te hebben vertrokken we. De weg ging op en af, vooral even ‘op’ voor het gevoel, en draaide vervolgens een bos in. Daar begon het pas… Veel modderige klei, veel takken op het pad en onduidelijke route. Lekker doorlopen was anders.

Daarna volgde nog een heel smal pad met aan weerskanten prikkeldraad wat ook niet heel fijn liep. Enfin, na twee uur waren we met zeven kilometer verder. De tweede helft van de dag was gelukkig mooier. Een mooie weg door een groot bos waar het stil was, zo stil. Geen vliegtuigen, auto’s of andere mechanische geluiden. Alleen heel veel vogels en als je goed luisterde kon je een slak horen kruipen. Zo heerlijk!

We hadden wat onduidelijkheid over onze volgende slaapplek was, we moesten gokken uit twee plekken. Helaas kozen we de verkeerde locatie dus moesten we uiteindelijk vijf kilometer extra lopen. Dat kon er wel bij. Maar het plekje waar we zitten is wel mooi hoor. Een knus tuinhuisje bij een huisje met een heerlijke tuin er omheen. Zo leuk!

De eerste pelgrims…

En zo vertrokken we na een rustdag in het ‘bruisende’ Rocroi het echte Frankrijk in. De weersverwachting was niet al te best, hele dag lichte regen, dus hopelijk zou de route het goed maken. Doel was de gemeente herberg in Abbigny-les-Pothees.

Het was nog net droog toen er vertrokken maar al gauw vielen de eerste spetters en dat hield eigenlijk niet meer op. De weg was aanvankelijk wat saai, rechte weg met wat auto’s. Maar al gauw gingen we het bos in, kwamen er af en toe door een klein dorpje en was het eigenlijk heel lekker lopen.

Dat lekkere lopen veranderde toen we wat meer over kleiwegen en door hoog gras moesten gaan lopen. Door de regen was het best zwaar lopen en schoenen en broek hadden het zwaar te verduren.

Om half drie bereikten we onze eindbestemming. We moesten een nummer bellen voor de sleutel, voordat er iemand ook daadwerkelijk kan duurde echter nog een uur. We werden wel goed geholpen door een jonge gast uit het dorpje. De herberg is gewoon een huis met een paar eenvoudige veldbedden, keuken, toilet. En we zijn voor het eerst niet alleen maar met drie andere pelgrims èn en pelgrim-hond. Wel zo gezellig en allemaal Nederlanders onder elkaar. De avond lekker zitten kletsen over onze ervaringen tot nu toe. Een mooi einde van een natte dag.

Pelgrimeren of Pelgriminderen?

Twee weken geleden hebben we onze tentjes, campingstoeltjes en gasstelletje achtergelaten in Bouwel. We gingen niet meer kamperen en het bespaarde aanzienlijk gewicht. Maar er viel nog meer besparen… Toen, in Bouwel, waren we er nog niet klaar voor om ook onze slaapzak en slaapmat achter te laten. In de loop van de week zijn we er achter gekomen dat we deze twee attributen toch echt niet meer nodig gaan hebben. We overnachten altijd binnen en een dekentje en matras is er altijd wel.

En zo hebben we vanochtend dus afscheid genomen van slaapzak, slaapmat, routeboekjes en thermoondergoed. In een doos verpakt en op een postkantoor verstuurd naar Sassenheim. Bijna 5 kg bij elkaar en zo wordt pelgrimeren ook voor ons pelgriminderen. Een oud pelgrim- gezegde luidt: Pelgrimeren is loslaten…

Verder hebben we vandaag Rocroi bezichtigd. Niet dat je daar een hele dag mee kwijt bent, maar historisch gezien wel de moeite waard. Rocroi is een vestingstadje in een stervorm waarbij de vesting om de stad teruggaat tot 16e eeuw. En veel van die verdedigingslinie is bewaard gebleven en daar kun je ook op en in. Mooi om te ervaren.

Verder hebben we vandaag de route richting Reims (onze volgende grote stad) gepland en de eerste adresjes vastgelegd. Maandag vieren ze in Frankrijk Bevrijdingsdag dus daar moeten we met de boodschappen wat rekening mee houden. De supermarkten zijn hier lang niet in ieder dorp vertegenwoordigd. Het is dus maar goed dat we wat ruimte in onze rugzak hebben…

Mijlpalen en blessures op Bevrijdingsdag

Voordat we met de belevenissen van vandaag beginnen willen we jullie bedanken voor het lezen van alle berichten en het plaatsen van jullie berichtjes aan ons. Dit motiveert ons niet alleen om de blog bij te houden, maar ook gewoon om lekker door te lopen 🙏

En dan vandaag, vandaag stond in het teken van grenzen. We passeerden namelijk vandaag om 12.34 uur de grens tussen België en Frankrijk. Toch wel een mooi moment precies drie weken nadat we zijn vertrokken.

Kort daarna stond er ook nog een ander bordje langs de weg, iets minder hoopgevend misschien, maar toch…

nog ‘maar’ 2543 km te gaan

Een andere grens die we zijn gepasseerd is de 400 km grens. We kwamen er vandaag achter, maar bleken hem gisteren al te hebben gebroken: 436 km staat er naar vandaag op de teller. Mooi momentje toch?

Dan de route van vandaag, die was best ok hoewel de laatste paar kilometer niet zo mooi waren. Het eerste gedeelte was zeker mooi. Door de bossen, over onverharde paden van zand en kleine steentjes. Nou ja, zand… door de regen was het meer modder/klei geworden. En een enkele keer moesten we zelfs een klein stroompje oversteken. Het was daardoor best zwaar lopen. De wat kortere etappe en het passeren van de grens maakten echter veel goed.

En zo kwamen we rond 15.31 uur aan in Rocroi. Voor ons het einde van de Via Monastica die ons van Tongerlo naar Rocroi heeft gebracht. We logeren nu twee nachten in een klein hotel in Rocroi en vertrekken zondag op onze nieuwe route naar Veselay, de Via Campaniensis.

Rocroi

O ja, en dan die blessure… Je zal misschien denken ‘ze hebben nu de spierpijn en de blaren toch wel gehad’? Dat klopt, maar toch doen we iedere keer weer nieuwe ervaringen op waar ons lichaam dan toch weer aan moet wennen. Zo begint in Wallonië dus al de gewoonte van baguettes bij de Boulanger. En aan zo’n harde knapperige korst waren mijn kaken dus echt nog niet gewend. Dus nu loop ik dus met spierpijn in mijn kaak rond. Niet ernstig, maar de komende tijd toch maar iets meer zachte croissantjes eten.

Laatste etappe in België

Of ze het er in de etappe-planning om doen weet ik niet, maar de laatste volle etappe in België was wel een toppertje hoor. Het weer werkte lekker mee, een heerlijk ontbijt, een glooiend landschap, bossen en kleine dorpjes. Een pelgrim kun je niet heel veel blijer maken.

Rond een uur of negen namen we afscheid van onze ‘gastouders’ Marc en Miriam. Bij het ontbijt genoten van al het zelfgemaakte lekkers: brood, jam, yoghurt. En waar het ‘heuvel-op-heuvel-af’ gisteren al begon, ging dat vandaag de hele dag door. Eerst door de akkers, maar al gauw volgenden bosspaadjes met zand en wat rotsiger.

Nadat we bij een Boulangerie en brood en een kersenbroodje (helaas waren de sandwiches op 🤔) hadden gekocht liepen we door naar onze eindbestemming: Oignies-en-Tièrache. Die laatste 8-9 km waren erg mooi maar best pittig. Een Ravel die eigenlijk continu licht steeg bracht ons uiteindelijk zo’n 200 meter hoger. En dat ga je na een paar kilometer best voelen.

Ravel door de bossen

Maar uiteindelijk kwamen we rond een uur of vier aan bij de camping K d’Or, waar een schattig trekkershutje op ons stond te wachten. Morgen de laatste etappe van de Via Monastica naar Rocroi.

Adieu la Meuse

Drie dagen lang heeft ze ons de weg gewezen, drie afwisselende dagen met op dag één Ravel en dag twee door de bossen. En dan vandaag dag drie waarin ze ons aanvankelijk een ongezellige autoweg liet volgen maar na ons afscheid toch nog een prachtig, omhoog lopende weg liet volgen op de grens van Frankrijk en België. Dag Maas, bedankt.

De dag begon dus niet zo gezellig. Hoewel de zon toch echt vanaf de ochtend haar best deed, was de route er al vrij snel één van in de berm van een autoweg lopen. Voorbij razende auto’s en vrachtwagens en weinig moois te zien eigenlijk. Maar dat veranderde toen we de autoweg konden verlaten… Langzaam bogen we van de Maas weg, werd het bosrijker en vooral ook steeds heuvelachtiger. Een paar goeie beklimmingen brachten ons van Frankrijk, waar we die ochtend in waren gelopen, weer terug in België.

Rond half vijf kwamen we bij ons gastverblijf aan. We werden welkom geheten door Mark en in het zonnetje hebben we verder kennis gemaakt. Later bij het eten maakten we ook kennis met zijn vrouw Miriam. Tijdens en na de heerlijke maaltijd veel verhalen gehoord over pelgrims die daar in het verleden zijn geweest. Maar ook over de route die ons nog te wachten staat. Bijzonder om te horen dat de beleving en de ‘organisatie’ van de Camino door mensen zelf wordt opgepakt. Enthousiast, betrokken bij de pelgrims en het enorme vertrouwen dat ze hebben in de mensen die bij hen komen eten en slapen. 🙏

Camino-Cadeautje

Soms heb je van die dagen dat je een verwachting hebt hoe de weg eruit zal zien en dat het dan heel anders is… Vandaag was zo’n dag.

Gisteren hadden we een prachtige route langs de Maas over wat ze hier een Ravel noemen, een wandel- en fietspad. De route zou langs de Maas verder gaan, zij het vanaf Dinant na 6 km met de Maas aan onze rechterhand. Aangekomen in Dinant gingen we op zoek naar de abdij van Leffe. Het was 10 uur in de ochtend dus voor een biertje nog wat vroeg, maar een ochtendgebedje zou wel kunnen. We vonden wel wat van de abdij, maar of het alles was weten we niet. Het viel na Tongerlo en Averbode in ieder geval tegen.

Maar goed, de abdij was dus wat teleurstellend maar waar daarna kwam was dus gewoon een cadeautje, en Camino-cadeautje. Want we kregen geen Ravel meer, maar een heerlijk bos- en weilandpad pal langs de oever van de Maas. Heerlijk zand en gras, boomwortel hier, heuveltje daar. Niks eentonigheid maar goed kijken hoe en wat je loopt. En ondanks dat je niet altijd door kan lopen vliegen de kilometers toch voorbij. Je bent namelijk alleen maar bezig met opletten waar je loopt en niet met jezelf.

En na het glooiende landschap met haar akkers en de kronkelende Ravel vanuit Namur voelde dit echt goed. We vonden ook nog wel een leuk plekje om te lunchen…

Niet slecht om hier te lunchen toch?

En zo bereikten we om vier uur ons overnachtingsadres in Hermiton. Met dank aan onze vorige gastvrouw die dit adresje had geregeld. Uiterst gastvrij, een heerlijke avondmaaltijd, prima bed en morgen nog ontbijt…

Morgen passeren we de eerste keer de Franse grens maart slapen we nog in België.

De Maas als gids

Vanochtend hebben we Namur achter ons gelaten. Waar het normaal wel druk zal zijn op maandagochtend was het nu bijna uitgestorven… 1 mei, dag van de arbeid en een vrije dag in België. Dus in alle rust liepen we naar ons inmiddels favoriete bakkertje voor een heerlijk croissantje en pain au Chocolat die we op een bankje aan de Maas hebben opgegeten. Je kan op maandagochtend om 10 uur in overleg op kantoor zitten of je zit te ontbijten aan de Maas in Namur… Kies maar!

uitzicht bij het ontbijt

Toen alles op was gingen we aan de wandel en eerlijk gezegd, verdwalen kon nauwelijks. Niet alleen omdat we de GPS bij ons hebben maar het enige wat we vandaag een de komende dagen hoeven te doen is de kronkelende Maas te volgen. En dat bochtige is wel lekker hoor na de meer dan 50 km kaarsreche fietspaden tussen de akkers door. Iedere keer is het uitzicht nu weer wat anders.

Bij vertrek was de temperatuur heerlijk en scheen het zonnetje flauwtjes, heerlijk wandelweer. Maar halverwege de middag hoorden we in de verte gerommel, de lucht begon te betrekken… Tijd om even een schuilplek op te zoeken. Die vonden we onder een metershoge coniferen. Toen de bui voorbij leek gingen we weer lopen. Helaas ging het daarna toch nog los, harder dan de vorige keer. Dat was dus toch nog een nat pak. Gelukkig bereikten we nog wel een schuilplek onder een brug toen het heel hard ging.

Maar ook hier… Na regen komt zonneschijn. Dus na een half uurtje liepen we weer heerlijk in het zonnetje en om 16.30 uur kwamen we tegelijk aan met onze gastheer. Het echtpaar Jacques en Christine heette ons van harte welkom bij hen thuis.

Ik kon hier eindelijk mijn drie jaar Duolingo- Frans gaan beproeven, zij spraken namelijk nagenoeg geen Nederlands. En Raymond moest toegeven dat het best goed ging. Haha, dat had mijn leraar Frans op het Adelbert nooit kunnen vermoeden 🤣

Maar we waren maar wat blij met Christine want ze begon direct over onze slaapadressen voor de volgende dag. Dat was inderdaad nog een probleem. Maar geen nood: ze wist wel wat adressen op de route. Ze ging meteen bellen en nu hebben we alle plekken voor de komende drie dagen al vast liggen. Een zorg minder want er zijn hier niet zoveel adressen voor pelgrims. Het eten dat we kregen was trouwens voortreffelijk: aardappels, sla en een burger. Na dagen pasta, pizza en brood wil je niet weten hoe lekker dat was. En dat vinden de meeste Nederlanders die bij haar eten, aldus Christine.